Aan de oever van het Zilvermeer woont een groep paria's. In de eerste scène begraven ze symbolisch de honger. Maar die laat zich niet begraven. Hij is 'een strenge heer, die ons van binnen uit regeert'. De groep, met aan het hoofd Severin, trekt naar de stad om daar te gaan halen wat de samenleving hun heeft onthouden. Ze beroven een winkel. Severin steelt daarbij geen voedsel, maar een ananas - een sprookjesvrucht die een beter leven symboliseert.
Bij de terugtocht naar de hutten aan het Zilvermeer stuit de groep op twee veldwachters, er ontstaat een schietpartij en één van de veldwachters, Olim, schiet Severin neer. Hij wordt gewond naar het ziekenhuis overgebracht. Bij het opmaken van zijn proces-verbaal begint Olim na te denken over de oorzaken die iemand tot diefstal kunnen brengen. Hij komt erachter, dat alleen de honger iemand tot misdadiger maakt. Olim wil aan Severin goedmaken wat de samenleving hem heeft aangedaan. Met het geld van de gewonnen hoofdprijs in een loterij koopt Olim een kasteel waar hij met Severin gaat wonen om door vijf maaltijden per dag een beter mens van hem te maken.
Op het kasteel woont als huishoudster vrouwe Von Luber, van verarmde adel. Zij heeft haar zinnen op het kasteel gezet en probeert achter het geheim van Olim te komen. Olim zorgt voor Severin - het beste is maar net goed genoeg, maar Severin wordt er niet vrolijker van. Hij zint op wraak op de onbekende schutter die hem heeft neergeschoten. Al zijn wraakgevoelens komen boven wanneer het nichtje van vrouwe Von Luber, Fennimore, onder het eten een bloeddorstige ballade zingt. (Ballade van caesar's dood). Olim wordt bang voor zijn beschermeling en neemt vrouwe Von Luber in vertrouwen. Die ruikt haar kans, en verraadt aan Severin, dat Olim de onbekende veldwachter is die hem heeft neergeschoten. Olim heeft zich op zolder opgesloten uit angst voor Severin en Severin zelf heeft zich in de kelder op laten sluiten om niet aan zijn wraakgevoelens toe te geven. Intussen zitten vrouwe Von Luber en Baron Laur in de grote eetzaal en genieten van hun triomf. Baron Laur zingt het 'lied van Luilekkerland', '...waar men geweldig brast'. Dan grijpt Fennimore in. Ze bevrijdt Olim en Severin uit hun gevangenissen. In de eetzaal komen ze elkaar tegen en herkennen in elkaar het goede. Ze worden vrienden. Maar daar 'heeft mevrouw Von Luber een woordje over mee te praten'. Baron Laur en zij dreigen het geheim aan de politie te vertellen tenzij Olim en Severin vrijwillig van het kasteel vertrekken. Samen trekken ze berooid naar het Zilvermeer. Maar hoewel het nog geen winter is, ligt het water van het meer als een spiegelende vlakte bevroren onder de zon. Dan herinneren ze zich de oude legende rond het meer, die zegt dat '...wie verder moet, die draagt het Zilvermeer'. Over het ijs lopen ze een betere toekomst tegemoet. |